Close
Angst, een vreselijk beestje

Angst, een vreselijk beestje

Wat je leest in de boeken van Oscar en Felix:  Niki heeft een nachtmerrie. Dat maakt haar erg bang. De beren zijn ondertussen vrienden geworden. Beetje bij beetje leren ze elkaar te waarderen en ze beseffen dat ze ook samen voor Niki kunnen zorgen. Samen zorgen ze ervoor dat de nachtmerrie snel verdwijnt en dat Niki niet bang hoeft te zijn. Want angstig zijn is niet fijn.

Met kinderpsychologe Katrien Dewippe praten we over angst en hoe het het leven van jonge kinderen kan beheersen.

Katrien Dewippe: Iedereen ervaart gevoelens van angst en dat is niets om je voor te schamen. Angst is een belangrijk overlevingsmechanisme. Je kunt het vergelijken met een alarmbel die afgaat als er gevaar dreigt. De kindertijd brengt heel wat angsten met zich mee, omdat jonge kinderen nog onvoldoende weten en begrijpen wat er zich in de wereld rondom hen afspeelt. Zij doen voortdurend nieuwe ervaringen op en het is normaal dat ze daarop soms angstig reageren. Angsten kunnen opkomen, verdwijnen en na een tijdje terugkeren. Angsten bij jonge kinderen komen regelmatig voor, en hoeven dus niet altijd te wijzen op een probleem. Bij iedere leeftijdsfase horen bepaalde angsten die het kind moet overwinnen. Elke keer als een kind zo’n angst overwint, zal het gevoelens van trots en zelfvertrouwen ervaren.

Angsten volgens leeftijdsfase:

  • 0-2 jaar: vallen, harde geluiden (water, wc doorspoelen), vreemden (onbekende situaties en omgeving), ouders die scheiden (angst om hen te verliezen).
  • 2-4 jaar: ouders die scheiden, vreemde geluiden, het donker, griezels en enge beesten (fantasie versus realiteit), slapengaan, Sinterklaas en Zwarte Piet, witte jassen (dokter en tandarts).
  • 4-8 jaar: verwondingen aan het eigen lichaam, alleen thuis zijn, alleen slapen, oorlog en rampen (nieuwsfeiten), bovennatuurlijke wezens ( spoken, zombies, …), water (zwemmen).
  • 8-12 jaar: ongelukken, ziektes, het donker, onweer, falen, school (toetsen), pesten, intimidatie, dood, oorlog, rampen, ouders die scheiden, ‘stel je voor dat’-angsten.

De tips van Katrien Dewippe rond angst:

  • Neem de angst van een kind altijd serieus en respecteer zijn of haar gevoelens. Het is belangrijk dat het kind voelt dat het bang mag zijn en dat daar niets mis mee is. Zorg ervoor dat het opnieuw een gevoel van veiligheid ervaart: troost het en stel het gerust door te vertellen dat iedereen wel eens bang is.
  • Praat met het kind over zijn angst. Probeer een beter zicht te krijgen op de angst van het kind. Waarom is het bang? Vanwaar komt die angst? Heeft het iets op tv gezien of is er recent iets gebeurd dat impact heeft?
  • Wat voelt het kind precies als het bang is? Kleine kinderen hebben de hulp van volwassenen nodig bij het verwoorden van hun angsten. Ze kunnen dat gemakkelijker uiten via een spel of tekeningen.
  • Help het kind zijn angst te overwinnen in kleine stapjes. Het is belangrijk om zelf niet te veel te focussen op de angst van het kind. Als je er voortdurend mee bezig bent, zal het alleen maar verergeren. Blijf zelf rustig en ga het kind niet forceren.
  • Laat het kind de angstige situatie zeker niet vermijden, op die manier zal de angst alleen vergroten. Belangrijk is dat je het geleidelijk ervaringen aanbiedt, zodat de angst kan afnemen. Je kunt bijvoorbeeld samen een boekje lezen over bang zijn in het donker. Vervolgens kun je een spel of activiteit doen waarbij licht en donker elkaar afwisselen.
  • Leer kinderen dat angst ook voorbij gaat. Je kunt ze zelf oplossingen laten bedenken voor hun angst, bijvoorbeeld troost zoeken bij een knuffel of zichzelf ontspannen door rustig te ademen, een leuk verhaal verzinnen, alle fijne gebeurtenissen van de voorbije dag opsommen of samen aan prettige dingen denken …
  • Geef zelf ook het goede voorbeeld: laat zien waar je bang voor bent en hoe je daarmee omgaat.